De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  14 Want onze awoorden zullen ons veroordelen, ja, al onze werken zullen ons veroordelen; wij zullen niet vlekkeloos worden bevonden; en ook onze gedachten zullen ons veroordelen; en in die vreselijke toestand zullen wij niet naar onze God durven opzien; en wij zouden het liefst willen dat wij de rotsen en de bbergen konden gebieden op ons te vallen om ons voor zijn tegenwoordigheid te cverbergen.

Voetnoten
14a
Matt. 12:36.
Jakobus 3:6.
Mos. 4:29–30.
  29 En ten slotte, ik kan u niet alle manieren vertellen waarop gij zonde kunt begaan, want er zijn allerlei wegen en wijzen, ja, zovele dat ik ze niet tellen kan.
b
Hosea 10:8.
2 Ne. 26:5.
  5 En zij die de profeten en de heiligen doden, de diepten der aarde zullen hen averzwelgen, zegt de Heer der heerscharen; en bbergen zullen hen bedekken, en wervelwinden zullen hen wegvoeren, en gebouwen zullen op hen vallen en hen vermorzelen en tot poeder vermalen.
c
Job 34:22.
2 Ne. 12:10.
  10 O gij goddelozen, gaat in de rotskloven en averbergt u in het stof, want de vreze des Heren en de luister van zijn majesteit zullen u slaan.