HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 11
45
Welnu, zie, ik heb tot u gesproken over de dood van het sterfelijke lichaam, en ook over de aopstanding van het sterfelijke lichaam. Ik zeg u dat dit sterfelijke lichaam wordt bopgewekt tot een consterfelijk lichaam, dat wil zeggen uit de dood, ja, vanuit de eerste dood tot het leven, zodat zij niet meer kunnen dsterven; hun geest verenigt zich met hun lichaam, om nooit meer gescheiden te worden; aldus wordt het geheel en onsterfelijk, zodat zij geen verderf meer kunnen ervaren.
Voetnoten
|