De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 11
  41 Daarom blijven de goddelozen alsof er ageen verlossing was teweeggebracht, uitgezonderd de verbreking van de banden des doods; want zie, de dag komt dat ballen uit de doden zullen opstaan en voor God zullen staan om naar hun werken te worden cgeoordeeld.

Voetnoten
41a
Alma 12:18.
  18 Dan, zeg ik u, zullen zij zijn alsof er ageen verlossing was teweeggebracht; want volgens de gerechtigheid Gods kunnen zij niet worden verlost; en zij kunnen niet bsterven, daar er geen verderf meer is.
LV 88:33.
  33 Want wat baat het een mens indien hem een geschenk wordt gegeven en hij het geschenk niet aanneemt? Zie, hij verheugt zich niet in hetgeen hem wordt gegeven, evenmin verheugt hij zich in hem die de gever is van het geschenk.
b
Op. 20:12–13.
Alma 42:23.
  23 Maar God houdt niet op God te zijn, en de abarmhartigheid maakt aanspraak op de boetvaardigen, en de barmhartigheid is het gevolg van de bverzoening; en de verzoening brengt de copstanding der doden teweeg; en de opstanding der doden voert de mensen dterug in de tegenwoordigheid Gods; en aldus worden zij in zijn tegenwoordigheid teruggebracht om te worden egeoordeeld naar hun werken, volgens de wet en de gerechtigheid.
c