De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 11
  34 En voorts zeide Zeëzrom: Zal Hij zijn volk ain hun zonden redden? En Amulek antwoordde en zeide tot hem: Ik zeg u dat zal Hij niet doen, want het is Hem onmogelijk zijn woord te herroepen.

Voetnoten
34a
Hel. 5:10–11.
  10 En denkt ook aan de awoorden die Amulek tot Zeëzrom heeft gesproken in de stad Ammonihah; want hij zeide tot hem dat de Heer stellig zou komen om zijn volk te verlossen, maar dat Hij niet zou komen om hen in hun zonden te verlossen, maar om hen van hun zonden te verlossen.