De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 10
  19 Ja, terecht zeide Mosiah, die onze laatste koning was, toen hij op het punt stond het koninkrijk over te dragen, maar niemand had om het aan te geven, waardoor dit volk door zijn eigen stem zou worden bestuurd — ja, terecht zeide hij dat indien er een tijd kwam dat de stem van dit volk ongerechtigheid akoos, dat wil zeggen, indien er een tijd kwam dat dit volk tot overtreding verviel, het rijp voor vernietiging zou zijn.

Voetnoten
19a
Mos. 29:27.
  27 En aindien de tijd komt dat de stem van het volk ongerechtigheid kiest, dan is de tijd daar dat de oordelen Gods u zullen treffen; ja, dan is de tijd daar dat Hij u met grote verwoesting zal bezoeken, ja, zoals Hij tot dusver dit land heeft bezocht.
Alma 2:3–7.
  3 Nu was dit verontrustend voor het volk der kerk, en ook voor allen die niet door de overredingen van Amlici waren meegesleept; want zij wisten dat volgens hun wet zulke aangelegenheden door de astem van het volk moesten worden vastgesteld.
Hel. 5:2.
  2 Want daar hun wetten en hun regeringen door de astem van het volk tot stand kwamen, en zij die het kwade bverkozen talrijker waren dan zij die het goede verkozen, werden zij rijp voor vernietiging, want hun wetten waren verdorven geworden.