HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 10
17
Nu wisten zij niet dat Amulek hun boze plannen kon doorzien. Het geschiedde echter toen zij hem begonnen te ondervragen, dat hij hun gedachten awaarnam, en hij zeide tot hen: O gij goddeloos en verkeerd , gij wetgeleerden en huichelaars, want gij legt het fundament van de duivel; want gij legt cstrikken en netten om de heiligen Gods te vangen.
Voetnoten
|