HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 1
32
Want zij die niet tot hun kerk behoorden, gaven zich over aan toverij en aan aafgoderij of blediggang, en aan en aan dafgunst en strijd; zij droegen kostbare kleding; zij waren everheven in de hoogmoed van hun eigen ogen; zij vervolgden, logen, stalen, roofden, bedreven hoererij en moord en allerlei goddeloosheid; niettemin werd, voor zoverre dat mogelijk was, de wet toegepast op allen die haar overtraden.
Voetnoten
|