De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 1
  30 En aldus zonden zij in hun avoorspoedige omstandigheden niemand weg die bnaakt was of die honger had, of die dorst had, of die ziek was, of die niet was verzorgd; en zij zetten hun hart niet op rijkdom; daarom waren zij vrijgevig jegens allen, zowel jong als oud, zowel geknechten als vrijen, zowel man als vrouw, zij het buiten of binnen de kerk, zonder enig caanzien des persoons jegens hen die hulpbehoevend waren.

Voetnoten
30a
Jakob 2:17–19.
  17 Acht uw broeders als uzelf, en weest vriendelijk jegens allen en vrijgevig met uw abezit, opdat bzij rijk zullen zijn evenals gij.
b
c
Alma 16:14.
  14 En aan zovelen als er naar hun woorden wilden luisteren, deelden zij voortdurend het woord Gods mee, zonder enig aaanzien des persoons.
LV 1:35.
  35 want Ik ben geen aaannemer des persoons, en wil dat alle mensen zullen weten dat de bdag spoedig komt; de ure is nog niet, maar is wél nabij, waarop cvrede van de aarde zal worden weggenomen en de dduivel macht zal hebben over zijn eigen rijk.