De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 1
  26 En wanneer de priesters hun aarbeid verlieten om het woord Gods aan het volk mee te delen, verlieten de mensen ook hun arbeid om het woord Gods aan te horen. En wanneer de priester hun het woord Gods had meegedeeld, togen zij allen wederom ijverig aan hun arbeid; en de priester achtte zich niet boven zijn toehoorders, want de prediker was niet beter dan de toehoorder, evenmin was de leraar beter dan de leerling; en aldus waren zij allen gelijk en arbeidden zij allen, ieder bnaar zijn kracht.

Voetnoten
26a
Mos. 18:24, 26.
  24 En hij gebood hun ook dat de priesters die hij had geordend, met hun eigen handen moesten aarbeiden voor hun levensonderhoud.
Mos. 27:3–5.
  3 En er was een streng gebod in alle kerken dat er geen vervolgingen onder hen mochten bestaan, dat er agelijkheid onder alle mensen moest zijn;
b
Mos. 4:27.
  27 En ziet toe dat al deze dingen in wijsheid en ordelijkheid worden gedaan, want het is niet nodig dat iemand aharder loopt dan hij kracht heeft. En voorts is het noodzakelijk dat hij ijverig is om daardoor de prijs te kunnen behalen; daarom moeten alle dingen ordelijk worden gedaan.
LV 10:4.
  4 Loop niet aharder, of werk niet meer, dan u bkracht en middelen worden verschaft om u in staat te stellen te vertalen; maar wees cijverig tot het einde.