De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 1
  1 NU geschiedde het in het eerste jaar van de regering der rechters over het volk van Nephi, vanaf die tijd, toen koning Mosiah de aweg van al het aardse was gegaan, de goede strijd had gestreden, in oprechtheid voor het aangezicht van God had gewandeld, maar niemand had aangewezen om in zijn plaats te regeren; niettemin had hij bwetten uitgevaardigd, en zij werden door het volk erkend; daarom waren zij verplicht zich te houden aan de wetten die hij had gemaakt.

Voetnoten
1a
Mos. 29:46.
  46 En het geschiedde dat ook Mosiah stierf, en wel in het drieëndertigste jaar van zijn regering, in de ouderdom van adrieënzestig jaar, zodat er in het geheel vijfhonderdnegen jaar was verstreken vanaf het tijdstip waarop Lehi Jeruzalem had verlaten.
b
Jarom 1:5.
  5 En nu, zie, er waren tweehonderd jaar verstreken en het volk van Nephi was sterk geworden in het land. Zij waren nauwgezet in het abewaren van de wet van Mozes en het heiligen van de bsabbatdag voor de Heer. En zij cschonden het heilige niet; evenmin dlasterden zij God. En de landswetten waren buitengewoon streng.
Alma 4:16.
  16 En hij koos een wijs man, die zich onder de ouderlingen der kerk bevond, en machtigde hem volgens de astem van het volk, zodat hij de macht zou hebben om bwetten uit te vaardigen volgens de wetten die al gegeven waren, en om die uit te voeren naargelang de goddeloosheid en de misdaden van het volk.
Hel. 4:22.
  22 en dat zij de awetten van Mosiah, ofwel hetgeen de Heer hem had geboden aan het volk te geven, hadden veranderd en met voeten getreden; en zij zagen dat hun wetten waren ontaard, en dat zij een goddeloos volk waren geworden, zodat zij even goddeloos waren als de Lamanieten.