De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 1
  17 Evenwel durfden zij uit vrees voor de wet niet te aliegen voor het geval het bekend raakte, want leugenaars werden gestraft; daarom gaven zij voor volgens hun geloof te prediken; en de wet nu had op niemand vat inzake bzijn geloof.

Voetnoten
17a
b
Alma 30:7–12.
  7 Nu was er geen wet tegen iemands ageloof, want het was lijnrecht in strijd met de geboden Gods dat er een wet zou zijn die de mensen op ongelijke voet bracht.
Art. 1:11.
  11 Wij eisen het goed arecht de almachtige God te aanbidden volgens de bstem van ons eigen cgeweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen daanbidden hoe, waar of wat zij willen.