De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ABRAHAM
VERTAALD VAN DE PAPYRUS DOOR JOSEPH SMITH
HOOFDSTUK 5
  7 En de aGoden vormden de mens uit het bstof der aarde en namen zijn cgeest (dat wil zeggen, de geest van de mens) en brachten die in hem; en Zij bliezen de levensadem in zijn neusgaten en de mens werd een levende dziel.

Voetnoten
7a
Abr. 4:26–31.
  26 En de Goden aberaadslaagden met elkaar en zeiden: Laten Wij naar beneden gaan en de mens bvormen naar ons cbeeld, naar onze gelijkenis; en Wij zullen hun heerschappij geven over de vissen van de zee en over de vogels van de lucht en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende dat op de aarde kruipt.
b
Moz. 4:25.
  25 In het azweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de grond wederkeert — want gij zult zeker sterven — want daaruit zijt gij genomen: want bstof waart gij en tot stof zult gij wederkeren.
Moz. 6:59.
  59 Dat tengevolge van de overtreding de val komt, welke val de dood veroorzaakt, en zoals gij in de wereld geboren zijt door water en bloed en de ageest, die Ik heb gemaakt, en aldus van bstof tot een levende ziel geworden zijt, zo moet gij ook in het koninkrijk des hemels cwedergeboren worden uit dwater en uit de Geest en gereinigd worden door bloed, ja, het bloed van mijn Eniggeborene; opdat gij geheiligd kunt worden van alle zonde, en de ewoorden van het eeuwige leven kunt fgenieten in deze wereld en het eeuwige leven in de toekomende wereld, ja, onsterfelijke gheerlijkheid;
c
Gen. 2:7.
LV 93:33.
  33 Want de mens is ageest. De belementen zijn eeuwig, en geest en element, onscheidbaar verbonden, ontvangen een volheid van vreugde;
d