De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ABRAHAM
VERTAALD VAN DE PAPYRUS DOOR JOSEPH SMITH
HOOFDSTUK 2
  6 Maar ik, Abraham, en aLot, de zoon van mijn broeder, baden tot de Heer, en de Heer bverscheen aan mij en zeide tot mij: Sta op en neem Lot met u mee; want Ik heb Mij voorgenomen u uit Haran weg te voeren en van u een dienaar te maken om mijn cnaam te dragen in een vreemd dland, dat Ik aan uw nakomelingen na u als eeuwigdurend bezit zal geven, mits zij luisteren naar mijn stem.

Voetnoten
6a
b
Gen. 17:1.
c
Gen. 12:2–3.
Abr. 1:19.
  19 Zoals het met Noach was, zo zal het zijn met u; maar door uw bediening zal mijn anaam voor eeuwig op de aarde bekend zijn, want Ik ben uw God.
d
Gen. 13:14–15.
Gen. 17:8.
Ex. 33:1.