De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
HOOFDSTUK 9
  14 Ja, voorwaar, zeg Ik u, indien gij atot Mij komt, zult gij het beeuwige leven hebben. Zie, de carm van mijn barmhartigheid is naar u uitgestrekt, en wie ook komt, hem zal Ik aannemen; en gezegend zijn zij die tot Mij komen.

Voetnoten
14a
2 Ne. 26:24–28.
  24 Hij doet niets, tenzij het voor het welzijn der wereld is; want Hij heeft de wereld alief, zodat Hij zelfs zijn eigen leven aflegt teneinde balle mensen tot Zich te kunnen trekken. Daarom gebiedt Hij niemand om geen deel te hebben aan zijn heil.
Alma 5:33–36.
  33 Zie, Hij nodigt aalle mensen uit, want de barmen der barmhartigheid zijn naar hen uitgestrekt, en Hij zegt: Bekeert u, en Ik zal u aannemen.
b
Joh. 3:16.
c
Alma 19:36.
  36 En aldus ving het werk des Heren aan onder de Lamanieten; aldus begon de Heer zijn Geest op hen uit te storten; en wij zien dat zijn arm is uitgestrekt naar aalle mensen die zich willen bekeren en in zijn naam geloven.