De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
HOOFDSTUK 3
  9 En zie, ik ben Giddianhi; en ik ben het hoofd van deze ageheime vereniging van Gadianton; en ik weet dat deze vereniging en haar werken bgoed zijn; en zij zijn czeer oud en zijn aan ons doorgegeven.

Voetnoten
9a
b
Alma 30:53.
  53 Maar zie, de duivel heeft mij amisleid, want hij bverscheen aan mij in de gedaante van een engel en zeide tot mij: Ga heen en win dit volk terug, want zij zijn allen afgedwaald, een onbekende God achterna. En hij zeide tot mij: Er is cgeen God; ja, en hij leerde mij wat ik moest zeggen. En ik heb zijn woorden geleerd; en ik leerde ze omdat ze aangenaam waren voor het dzinnelijk gemoed; en ik leerde ze, ja, totdat ik veel succes had, zodat ik waarlijk geloofde dat ze waar waren; en om die reden heb ik de waarheid weerstaan, ja, totdat ik deze grote vervloeking over mijzelf heen heb gebracht.
c
Hel. 6:26–30.
  26 Nu zie, die ageheime eden en verbonden waren niet tot Gadianton gekomen uit de kronieken die aan Helaman waren overgedragen; maar zie, zij waren Gadianton in het hart gegeven door bdatzelfde wezen dat onze eerste ouders ertoe verlokte om van de verboden vrucht te nemen —
Moz. 5:29, 49–52.
  29 En Satan zeide tot Kaïn: Zweer mij bij uw keel, en indien gij het bekendmaakt, zult gij sterven; en laat uw broeders zweren bij hun hoofd en bij de levende God, dat zij het niet bekend zullen maken, want indien zij het bekendmaken, zullen zij zeker sterven; en dit opdat uw vader het niet zal weten; en heden zal ik uw broeder Abel in uw handen geven.