De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
HOOFDSTUK 29
  5 aWee hem die de handelingen des Heren bversmaadt; ja, wee hem die de Christus en zijn werken cverloochent!

Voetnoten
5a
2 Ne. 28:15–16.
  15 O de awijzen en de geleerden en de rijken die in de bhoogmoed van hun hart opgeblazen zijn, en allen die valse leerstellingen prediken, en allen die hoererij bedrijven en de rechte weg des Heren verdraaien, cwee, wee, wee hun, zegt de Here God, de Almachtige, want zij zullen worden neergeworpen in de hel!
b
Mrm. 8:17.
  17 En indien er afouten zijn, zijn het de fouten van een mens. Doch zie, wij weten van geen fout; niettemin, God weet alle dingen; daarom, laat hij die bveroordeelt, zich bewust zijn van het gevaar voor het hellevuur.
Ether 4:8–10.
  8 En hij die het woord des Heren abestrijdt, zij vervloekt; en hij die deze dingen bverloochent, zij vervloekt; want Ik zal hun cgeen grotere dingen tonen, zegt Jezus Christus; want Ik ben het die spreekt.
c
Matt. 10:32–33.