De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
HOOFDSTUK 27
  19 En aniets onreins kan zijn koninkrijk ingaan; daarom gaat niemand tot zijn brust in behalve zij die hun klederen in mijn bloed hebben cgereinigd, wegens hun geloof en de bekering van al hun zonden en hun getrouwheid tot het einde.

Voetnoten
19a
Alma 11:37.
  37 En ik zeg u nogmaals dat Hij hen niet in hun azonden kan redden, want ik kan zijn woord niet loochenen, en Hij heeft gezegd dat bniets onreins het ckoninkrijk van de hemel kan beërven; welnu, hoe kunt gij worden gered, tenzij gij het koninkrijk van de hemel beërft? Daarom kunt gij niet in uw zonden worden gered.
b
LV 84:24.
  24 maar zij averstokten hun hart en konden zijn tegenwoordigheid niet verdragen; daarom zwoer de Heer in zijn bverbolgenheid, want zijn toorn was tegen hen ontbrand, dat zij in de wildernis niet zouden cingaan tot zijn rust, welke rust de volheid van zijn heerlijkheid is.
c
Op. 1:5.
Op. 7:14.
Alma 5:21, 27.
  21 Ik zeg u, te dien dage zult gij weten dat gij niet kunt worden agered; want niemand kan worden gered, tenzij zijn bklederen zijn witgewassen; ja, zijn klederen moeten worden cgereinigd, totdat zij van alle smet zijn gezuiverd door het bloed van Hem over wie gesproken is door onze vaderen — die zou komen om zijn volk van hun zonden te verlossen.
Alma 13:11–13.
  11 daarom zijn zij naar deze heilige orde geroepen, en zijn zij ageheiligd en zijn hun bklederen witgewassen door het bloed des Lams.