De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
Dit beslaat de hoofdstukken 11 tot en met 26.
HOOFDSTUK 11
  7 Ziet mijn ageliefde Zoon, bin wie Ik mijn welbehagen heb, in wie Ik mijn naam heb verheerlijkt; luistert naar Hem.

Voetnoten
7a
Matt. 3:17.
Matt. 17:5.
GJS 1:17.
  17 Zodra die verscheen, voelde ik mij bevrijd van de vijand die mij gebonden hield. Toen het licht op mij rustte, azag ik btwee Personen, wier glans en cheerlijkheid elke beschrijving tarten, boven mij in de lucht staan. Een van Hen sprak tot mij, mij bij de naam noemend, en zei, wijzend op de ander: Dit is mijn dgeliefde eZoon. Hoor Hem!
b
3 Ne. 9:15.
  15 Zie, Ik ben Jezus Christus, de Zoon van God. Ik heb de hemelen ageschapen en de aarde en alle dingen die daarin zijn. Ik was vanaf het begin bij de Vader. bIk ben in de Vader en de Vader is in Mij; en in Mij heeft de Vader zijn naam verheerlijkt.