De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
Dit beslaat de hoofdstukken 11 tot en met 26.
HOOFDSTUK 11
  3 En het geschiedde, terwijl zij aldus met elkaar spraken, dat zij een astem hoorden, die als het ware uit de hemel kwam; en zij wierpen hun blik in het rond, want zij begrepen de stem die zij hoorden niet; en het was geen scherpe stem, evenmin was het een luide stem; maar toch, en ondanks dat het een bzachte stem was, doordrong zij hen die haar hoorden tot in hun binnenste, zodat er geen deel van hun lichaam was dat zij niet deed beven; ja, zij doordrong hen tot in de ziel en deed hun hart branden.

Voetnoten
3a
Deut. 4:33–36.
Hel. 5:29–33.
  29 En het geschiedde dat er een astem als het ware van boven de wolk van duisternis kwam, zeggende: Bekeert u, bekeert u en tracht niet meer mijn dienstknechten te vernietigen, die Ik u gezonden heb om goede tijdingen te verkondigen.
b
1 Kon. 19:11–13.
LV 85:6.
  6 Ja, aldus zegt de astille zachte stem, die bdoor alle dingen heen fluistert en ze doordringt, en vaak doet zij mijn gebeente beven wanneer zij zich openbaart, zeggende: