De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
DRIE NEPHI
Het boek Nephi

DE ZOON VAN NEPHI, DIE DE ZOON VAN HELAMAN WAS
Dit beslaat de hoofdstukken 11 tot en met 26.
HOOFDSTUK 11
  14 Staat op en nadert tot Mij om uw hand in mijn zijde te asteken, en ook om de tekens van de nagels in mijn handen en in mijn voeten te bvoelen, opdat gij zult weten dat Ik de cGod van Israël en de God der gehele daarde ben, en ben gedood voor de zonden der wereld.

Voetnoten
14a
Joh. 20:27.
b
Luc. 24:36–39.
LV 129:2.
  2 Jezus zei, bijvoorbeeld: Betast Mij en ziet, dat een geest geen avlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.
c
Jes. 45:3.
3 Ne. 15:5.
  5 Zie, aIk ben het die de wet heeft gegeven, en Ik ben het die Zich verbonden heeft jegens mijn volk Israël; daarom is de wet in Mij vervuld, want Ik ben gekomen om de wet te bvervullen; daarom heeft zij een eind.
d
1 Ne. 11:6.
  6 En toen ik die woorden had gezegd, riep de Geest met luider stem, zeggende: Hosanna de Heer, de allerhoogste God; want Hij is God over de gehele aaarde, ja, zelfs boven alles. En gezegend zijt gij, Nephi, omdat gij in de Zoon van de allerhoogste God bgelooft; daarom zult gij de dingen aanschouwen die gij hebt verlangd.