De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 9
  9 En onze geest had hem gelijk moeten worden, en wij waren duivels geworden, aengelen van een duivel, om te worden buitgesloten van de tegenwoordigheid van onze God, en om bij de vader der cleugen te verblijven, in ellende, net zoals hijzelf; ja, van dat wezen dat onze eerste ouders heeft dverleid, dat zich welhaast in een eengel des lichts fverandert en de mensenkinderen ophitst tot ggeheime verenigingen om te moorden en tot allerlei geheime werken van duisternis.

Voetnoten
9a
Jakob 3:11.
  11 O mijn broeders, luistert naar mijn woorden; wekt de vermogens van uw ziel op; schudt uzelf awakker uit de sluimering des doods; en bevrijdt u van de pijnen der bhel, opdat gij geen cengelen van de duivel wordt om in die poel van vuur en zwavel te worden geworpen, hetgeen de tweede ddood is.
Alma 5:25, 39.
  25 Ik zeg u, neen; tenzij gij van onze Schepper een leugenaar vanaf het begin maakt, of denkt dat Hij een leugenaar vanaf het begin is geweest, kunt gij niet denken dat zodanigen een plaats in het koninkrijk van de hemel kunnen hebben; integendeel, zij zullen worden uitgeworpen, want zij zijn de akinderen van het koninkrijk van de duivel.
b
Op. 12:7–9.
c
d
Gen. 3:1–13.
Mos. 16:3.
  3 Want zij zijn avleselijk en duivels, en de bduivel heeft macht over hen; ja, die oude slang die onze eerste ouders cverleidde, hetgeen de oorzaak was van hun dval; hetgeen er de oorzaak van was dat het gehele mensdom vleselijk, zinnelijk en duivels werd, het kwade van het goede kon eonderscheiden en zich aan de duivel onderwierp.
Moz. 4:5–19.
  5 En de slang nu was alistiger dan enig dier van het veld dat Ik, de Here God, gemaakt had.
e
LV 129:8.
  8 Indien het de aduivel is in de gedaante van een engel des lichts en u verzoekt hem u de hand te schudden, zal hij u zijn hand bieden, maar u zult niets voelen; aldus kunt u hem ontmaskeren.
f
2 Kor. 11:14.
Alma 30:53.
  53 Maar zie, de duivel heeft mij amisleid, want hij bverscheen aan mij in de gedaante van een engel en zeide tot mij: Ga heen en win dit volk terug, want zij zijn allen afgedwaald, een onbekende God achterna. En hij zeide tot mij: Er is cgeen God; ja, en hij leerde mij wat ik moest zeggen. En ik heb zijn woorden geleerd; en ik leerde ze omdat ze aangenaam waren voor het dzinnelijk gemoed; en ik leerde ze, ja, totdat ik veel succes had, zodat ik waarlijk geloofde dat ze waar waren; en om die reden heb ik de waarheid weerstaan, ja, totdat ik deze grote vervloeking over mijzelf heen heb gebracht.
g