De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 9
  41 Welnu dan, mijn geliefde broeders, akomt tot de Heer, de Heilige. Bedenkt dat zijn wegen rechtvaardig zijn. Zie, het bpad voor de mens is csmal, maar het ligt recht voor hem uit en de dpoortwachter is de Heilige Israëls; en Hij heeft daar geen knecht in dienst gesteld; en er is geen andere weg dan door de poort; want Hij kan niet worden misleid, aangezien Here God zijn naam is.

Voetnoten
41a
1 Ne. 6:4.
  4 Want mijn gehele oogmerk is de mensen ertoe te abewegen btot de God van Abraham, en de God van Isaak, en de God van Jakob te komen en te worden gered.
Jakob 1:7.
  7 Welnu, wij arbeidden ijverig onder ons volk om hen ertoe te bewegen atot Christus te komen en deel te hebben aan de goedheid Gods, opdat zij zouden ingaan tot zijn brust, en Hij niet op enigerlei wijze in zijn verbolgenheid zou zweren dat zij niet zouden cingaan, zoals bij de dverbittering ten dage der verzoeking, toen de kinderen Israëls in de ewoestijn waren.
Omni 1:26.
  26 En nu, mijn geliefde broeders, zou ik willen dat gij atot Christus komt, die de Heilige Israëls is, en deelhebt aan zijn heil en de kracht van zijn verlossing. Ja, komt tot Hem en bbiedt Hem uw gehele ziel als cofferande aan, en blijft dvasten en bidden, en volhardt tot het einde; en zowaar de Heer leeft, zult gij worden gered.
Mro. 10:30–32.
  30 En voorts wil ik u aansporen atot Christus te komen en iedere goede gave aan te grijpen en de kwade gave bniet aan te roeren, noch het onreine.
b
2 Ne. 31:17–21.
  17 Daarom, doet de dingen waarvan ik, zoals ik u heb gezegd, heb gezien dat uw Heer en uw Verlosser ze zal doen; want hiertoe zijn ze mij getoond: dat gij de poort zult kennen waardoor gij moet binnengaan. Want de poort waardoor gij moet binnengaan, is bekering en adoop met water; en dan komt de bvergeving van uw zonden door vuur en door de Heilige Geest.
Alma 37:46.
  46 O, mijn zoon, laten wij niet atraag zijn omdat de bweg gemakkelijk is; want zo verging het onze vaderen; want zo was het voor hen bereid: dat zij zouden cleven indien zij keken; en zo is het ook met ons. De weg is bereid, en indien wij kijken, kunnen wij voor eeuwig leven.
LV 132:22, 25.
  22 Want aeng is de poort en smal de bweg die voert tot de verhoging en de voortzetting der clevens, en slechts weinigen vinden die, omdat gij Mij in de wereld niet aanneemt, noch kent gij Mij.
c
Luc. 13:24.
2 Ne. 33:9.
  9 Ik koester ook naastenliefde voor de aandere volken. Maar zie, voor geen van hen kan ik hoop koesteren, tenzij zij zich met Christus bverzoenen en ingaan door de csmalle poort en dwandelen op het eenge pad dat tot het leven voert, en op dat pad blijven tot het einde van de proeftijd.
Hel. 3:29–30.
  29 Ja, wij zien dat eenieder die het wil, het awoord Gods mag vastgrijpen, dat blevend en krachtig is, dat de geslepenheid en de strikken en de listen van de duivel vaneen zal scheiden, en de volgeling van Christus op een enge en csmalle weg voert, over die eeuwige dafgrond van ellende heen die is bereid om de goddelozen te verzwelgen —
d
2 Ne. 31:9, 17–18.
  9 Voorts toont dit de mensenkinderen hoe eng het pad en hoe asmal de poort is waardoor zij moeten binnengaan, want Hij heeft hun het voorbeeld voorgehouden.
3 Ne. 14:13–14.
  13 Gaat in door de aenge poort; want wijd is de poort en bbreed is de weg die tot vernietiging leidt, en velen zijn er die daardoor ingaan;
LV 43:7.
  7 Want voorwaar, Ik zeg u dat wie door Mij ageordend is, zal binnenkomen door de bpoort en geordend worden, zoals Ik u eerder gezegd heb, om in die openbaringen te onderwijzen die u ontvangen hebt en ontvangen zult bij monde van hem die Ik heb aangewezen.
LV 137:2.
  2 Ik zag de bovenaardse schoonheid van de apoort waardoor de erfgenamen van dat koninkrijk zullen binnengaan, die als een krans van bvuurtongen was;