De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 9
  39 O mijn geliefde broeders, bedenkt hoe verschrikkelijk het is tegen die heilige God te overtreden, en ook hoe verschrikkelijk het is te zwichten voor de verlokkingen van die ageslepen bedrieger. Bedenkt dat bvleselijk gezind zijn de cdood en geestelijk gezind zijn het deeuwige eleven is.

Voetnoten
39a
2 Ne. 28:20–22.
  20 want zie, te dien dage zal hij in het hart der mensenkinderen awoeden en hen ophitsen tot toorn tegen hetgeen goed is.
2 Ne. 32:8.
  8 En nu, mijn geliefde broeders, bemerk ik dat gij nog steeds in uw hart overlegt; en het bedroeft mij hierover te moeten spreken. Want indien gij zoudt luisteren naar de Geest die de mens leert abidden, zoudt gij weten dat gij moet bidden; want de bboze geest leert de mens niet bidden, maar leert hem dat hij niet moet bidden.
Mos. 2:32.
  32 Maar, o mijn volk, pas op dat er geen atwisten onder u ontstaan, en het u belieft de boze geest te gehoorzamen, over wie mijn vader Mosiah heeft gesproken.
Mos. 4:14.
  14 En gij zult niet dulden dat uw akinderen honger lijden of naakt gaan; evenmin zult gij dulden dat zij de wetten Gods overtreden, en met elkaar bvechten en twisten en de duivel dienen, die de meester der zonde is, ofwel de boze geest over wie onze vaderen hebben gesproken, die een vijand van alle gerechtigheid is.
Alma 30:53.
  53 Maar zie, de duivel heeft mij amisleid, want hij bverscheen aan mij in de gedaante van een engel en zeide tot mij: Ga heen en win dit volk terug, want zij zijn allen afgedwaald, een onbekende God achterna. En hij zeide tot mij: Er is cgeen God; ja, en hij leerde mij wat ik moest zeggen. En ik heb zijn woorden geleerd; en ik leerde ze omdat ze aangenaam waren voor het dzinnelijk gemoed; en ik leerde ze, ja, totdat ik veel succes had, zodat ik waarlijk geloofde dat ze waar waren; en om die reden heb ik de waarheid weerstaan, ja, totdat ik deze grote vervloeking over mijzelf heen heb gebracht.
b
Rom. 8:6.
c
d
Spr. 11:19.
e