De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 9
  16 En stellig, zowaar de Heer leeft, want de Here God heeft het gesproken, en het is zijn eeuwige awoord dat niet kan bvergaan, zullen zij die rechtvaardig zijn, nog steeds rechtvaardig zijn, en zij die cvuil zijn, zullen nog steeds dvuil zijn; welnu, zij die vuil zijn, zijn de eduivel en zijn engelen; en zij zullen heengaan in het feeuwigdurend vuur dat voor hen is bereid; en hun kwelling is als een gpoel van vuur en zwavel, waarvan de vlam voor eeuwig en altijd opstijgt en geen einde heeft.

Voetnoten
16a
1 Kon. 8:56.
LV 1:38.
  38 Wat Ik, de Heer, heb gesproken, heb Ik gesproken, en Ik verontschuldig Mijzelf niet; en al gaan de hemelen en de aarde voorbij, mijn awoord zal niet voorbijgaan maar zal geheel worden bvervuld, hetzij door mijn eigen cstem, hetzij door de stem van mijn ddienstknechten, dat is ehetzelfde.
Moz. 1:4.
  4 En zie, gij zijt mijn zoon; welnu, aaanschouw en Ik zal u het maaksel van mijn bhanden tonen; maar niet alles, want mijn cwerken zijn zonder deinde, en ook mijn ewoorden, want zij houden nimmer op.
b
LV 56:11.
  11 en hoewel de hemel en de aarde voorbijgaan, zullen deze woorden niet avoorbijgaan, maar vervuld worden.
c
d
1 Ne. 15:33–35.
  33 Daarom, indien zij in hun goddeloosheid astierven, moesten ook zij worden bverworpen ten aanzien van de dingen die geestelijk zijn en op de gerechtigheid betrekking hebben; daarom moesten zij voor God worden gebracht om naar hun cwerken te worden dgeoordeeld; en indien hun werken vuilheid waren geweest, moesten zij zelf wel evuil zijn; en indien zij vuil waren, moest het wel zo zijn dat zij niet fin het koninkrijk Gods konden wonen; anders zou het koninkrijk Gods eveneens vuil zijn.
Alma 7:21.
  21 En Hij woont niet in aonheilige tempels; noch kan vuilheid of iets wat onrein is in het koninkrijk Gods worden ontvangen; daarom zeg ik u, de tijd komt, ja, en het zal ten laatsten dage zijn, dat wie bvuil is in zijn vuilheid zal blijven.
Mrm. 9:14.
  14 En dan komt het aoordeel van de Heilige over hen; en dan komt de tijd dat hij die bvuil is, nog steeds vuil zal zijn; en hij die rechtvaardig is, nog steeds rechtvaardig zal zijn; hij die gelukkig is, nog steeds gelukkig zal zijn; en hij die ongelukkig is, nog steeds ongelukkig zal zijn.
LV 88:35.
  35 Hetgeen een wet aschendt en zich niet aan de wet houdt, maar zichzelf tot wet wil worden, en in de zonde wil verblijven, en er geheel in verblijft, kan niet door de wet worden geheiligd, noch door bbarmhartigheid, cgerechtigheid, of het oordeel. Daarom moeten zij nog dvuil blijven.
e
f
Mos. 27:28.
  28 Niettemin, na mij door veel beproeving heen te hebben geworsteld, en mij welhaast tot stervens toe te hebben bekeerd, heeft het de Heer in zijn barmhartigheid goedgedacht mij aan een aeeuwigdurend vuur te ontrukken, en ben ik uit God geboren.
g
Op. 21:8.
2 Ne. 28:23.
  23 Ja, zij worden gegrepen door de dood en de hel; en de dood en de hel en de duivel, en allen die daardoor zijn gegrepen, moeten voor de troon van God staan en naar hun werken worden ageoordeeld, vanwaar zij naar de plaats moeten gaan die voor hen is bereid, namelijk een bpoel van vuur en zwavel die eindeloze kwelling is.
LV 63:17.
  17 Welnu, Ik, de Heer, heb gezegd dat de alafhartigen en de ongelovigen en alle bleugenaars, en allen die de leugen liefhebben en cdoen, en de hoereerder, en de tovenaar, hun deel zullen hebben in die dpoel die brandt van vuur en zwavel, die de etweede dood is.