De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 33
  9 Ik koester ook naastenliefde voor de aandere volken. Maar zie, voor geen van hen kan ik hoop koesteren, tenzij zij zich met Christus bverzoenen en ingaan door de csmalle poort en dwandelen op het eenge pad dat tot het leven voert, en op dat pad blijven tot het einde van de proeftijd.

Voetnoten
9a
b
c
2 Ne. 9:41.
  41 Welnu dan, mijn geliefde broeders, akomt tot de Heer, de Heilige. Bedenkt dat zijn wegen rechtvaardig zijn. Zie, het bpad voor de mens is csmal, maar het ligt recht voor hem uit en de dpoortwachter is de Heilige Israëls; en Hij heeft daar geen knecht in dienst gesteld; en er is geen andere weg dan door de poort; want Hij kan niet worden misleid, aangezien Here God zijn naam is.
d
e
Hel. 3:29–30.
  29 Ja, wij zien dat eenieder die het wil, het awoord Gods mag vastgrijpen, dat blevend en krachtig is, dat de geslepenheid en de strikken en de listen van de duivel vaneen zal scheiden, en de volgeling van Christus op een enge en csmalle weg voert, over die eeuwige dafgrond van ellende heen die is bereid om de goddelozen te verzwelgen —
LV 132:22.
  22 Want aeng is de poort en smal de bweg die voert tot de verhoging en de voortzetting der clevens, en slechts weinigen vinden die, omdat gij Mij in de wereld niet aanneemt, noch kent gij Mij.