De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 33
  5 En zij spreken zich ascherp uit tegen zonde, volgens de bduidelijkheid der waarheid; daarom zal niemand toornig zijn om de woorden die ik heb geschreven, tenzij hij de geest van de duivel heeft.

Voetnoten
5a
1 Ne. 16:1–3.
  1 En zie, nu geschiedde het, nadat ik, Nephi, mijn woorden tot mijn broeders had beëindigd, dat zij tot mij zeiden: Gij hebt ons harde dingen verkondigd, meer dan wij kunnen verdragen.
2 Ne. 9:40.
  40 O mijn geliefde broeders, neigt uw oor naar mijn woorden. Denkt aan de grootheid van de Heilige Israëls. Zegt niet dat ik harde dingen heb gesproken over u, want indien gij dat doet, beschimpt gij de awaarheid; want ik heb de woorden van uw Maker gesproken. Ik weet dat de woorden van de waarheid bstreng zijn tegen alle onreinheid; maar de rechtvaardigen vrezen ze niet, want zij hebben de waarheid lief en blijven onverwrikt.
b
2 Ne. 31:3.
  3 Want mijn ziel schept behagen in duidelijkheid; want aldus werkt de Here God onder de mensenkinderen. Want de Here God geeft alicht aan het verstand; want Hij spreekt tot de mensen in hun eigen btaal, om hun begrip te verruimen.
Jakob 4:13.
  13 Zie, mijn broeders, laat hij die profeteert, zó profeteren dat de mensen het begrijpen; want de aGeest spreekt de waarheid en liegt niet. Daarom spreekt Hij van de dingen zoals ze werkelijk bzijn en van de dingen zoals ze werkelijk zullen zijn; daarom worden deze dingen ons cduidelijk geopenbaard voor het behoud van onze ziel. Maar zie, niet alleen wij zijn getuigen van deze dingen, want God heeft ze ook tot de profeten vanouds gesproken.