Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 33
3
Maar ik, Nephi, heb geschreven wat ik heb geschreven, en ik acht het van grote awaarde, en in het bijzonder voor mijn volk. Want des daags ik onophoudelijk voor hen, en des nachts bevochtigen mijn ogen mijn kussen wegens hen; en ik roep mijn God in geloof aan, en ik weet dat Hij mijn smeekbede zal horen.
Voetnoten
|