De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 33
  3 Maar ik, Nephi, heb geschreven wat ik heb geschreven, en ik acht het van grote awaarde, en in het bijzonder voor mijn volk. Want des daags bbid ik onophoudelijk voor hen, en des nachts bevochtigen mijn ogen mijn kussen wegens hen; en ik roep mijn God in geloof aan, en ik weet dat Hij mijn smeekbede zal horen.

Voetnoten
3a
b
Enos 1:9–12.
  9 Nu geschiedde het, toen ik deze woorden had gehoord, dat er een averlangen bij mij opkwam naar het welzijn van mijn broeders, de Nephieten; daarom bstortte ik mijn gehele ziel voor God uit om hunnentwil.
WvM. 1:8.
  8 En mijn agebed tot God betreft mijn broeders, dat zij opnieuw tot de kennis van God, ja, van de verlossing door Christus zullen komen; dat zij opnieuw een baangenaam volk zullen zijn.