De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 30
  5 En het evangelie van Jezus Christus zal onder ahen verkondigd worden; aldus zullen zij worden bteruggebracht tot de ckennis van hun vaderen, alsook tot de kennis van Jezus Christus, waarover hun vaderen beschikten.

Voetnoten
5a
3 Ne. 21:3–7, 24–26.
  3 voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wanneer adie dingen hun door de Vader worden bekendgemaakt en uitgaan van de Vader, van hen tot u —
b
LV 3:20.
  20 en dat de aLamanieten kennis omtrent hun vaderen zullen krijgen en dat zij de beloften des Heren zullen kennen en dat zij het evangelie zullen bgeloven en cvertrouwen op de verdiensten van Jezus Christus en worden dverheerlijkt door het geloof in zijn naam, en dat zij door hun bekering zullen worden gered. Amen.
c
1 Ne. 15:14.
  14 en te dien dage zal het overblijfsel van ons anageslacht weten dat het van het huis Israëls is en dat het het bverbondsvolk des Heren is; en dan zullen zij weten en tot de ckennis van hun voorvaderen komen, en ook tot de kennis van het evangelie van hun Verlosser, dat door Hem aan hun vaderen werd bediend; aldus zullen zij tot de kennis van hun Verlosser komen en tot de kenmerkende punten van zijn leer, zodat zij zullen weten hoe zij tot Hem kunnen komen en worden gered.
2 Ne. 3:12.
  12 Daarom zal de vrucht van uw lendenen aschrijven; en de vrucht van de lendenen van bJuda zal cschrijven; en hetgeen door de vrucht van uw lendenen zal worden geschreven, en ook hetgeen door de vrucht van de lendenen van Juda zal worden geschreven, zal samengroeien, teneinde valse leerstellingen te dweerleggen en geschillen bij te leggen, en vrede onder de vrucht van uw lendenen te vestigen en hen in de laatste dagen tot de ekennis van hun vaderen te fbrengen, en ook tot de kennis van mijn verbonden, zegt de Heer.
Mrm. 7:1, 9–10.
  1 En nu, zie, ik wil iets zeggen tot het aoverblijfsel van dit volk dat gespaard is gebleven, indien God hun mijn woorden geeft, zodat zij weet zullen hebben van de aangelegenheden van hun vaderen; ja, ik spreek tot u, overblijfsel van het huis Israëls; en dit zijn de woorden die ik spreek: