De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 3
  6 Want Jozef heeft waarlijk getuigd, zeggende: Een aziener zal de Heer, mijn God, doen opstaan, die een uitgelezen ziener voor de vrucht van mijn blendenen zal zijn.

Voetnoten
6a
3 Ne. 21:8–11.
  8 En wanneer die dag komt, zal het geschieden dat koningen verstommen; want wat hun niet verteld was, zien zij; en wat zij niet gehoord hadden, nemen zij waar.
Mrm. 8:16.
  16 En gezegend is ahij die deze dingen aan het licht brengt; want volgens het woord Gods zullen zij bvanuit de duisternis in het licht worden gebracht; ja, zij zullen uit de aarde worden voortgebracht, en zij zullen uit de duisternis schijnen en het volk zal er weet van krijgen; en het zal gebeuren door de macht Gods.
b
LV 132:30.
  30 Abraham ontving abeloften aangaande zijn nakomelingen en de vrucht van zijn blendenen — uit wiens lendenen gij zijt, namelijk mijn dienstknecht Joseph — die zouden voortbestaan zolang zij in de wereld waren; en wat Abraham en zijn nakomelingen betreft, uit de wereld zouden zij voortbestaan; zowel in de wereld als uit de wereld zouden zij voortbestaan, zo ontelbaar als de csterren; ofwel, indien gij het zand aan de oever der zee zoudt tellen, hen zoudt gij niet kunnen tellen.