De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 3
  12 Daarom zal de vrucht van uw lendenen aschrijven; en de vrucht van de lendenen van bJuda zal cschrijven; en hetgeen door de vrucht van uw lendenen zal worden geschreven, en ook hetgeen door de vrucht van de lendenen van Juda zal worden geschreven, zal samengroeien, teneinde valse leerstellingen te dweerleggen en geschillen bij te leggen, en vrede onder de vrucht van uw lendenen te vestigen en hen in de laatste dagen tot de ekennis van hun vaderen te fbrengen, en ook tot de kennis van mijn verbonden, zegt de Heer.

Voetnoten
12a
b
1 Ne. 13:23–29.
  23 En hij zeide: Zie, het komt voort uit de mond van een Jood. En ik, Nephi, zag het; en hij zeide tot mij: Het aboek dat gij ziet, is een bkroniek der cJoden, die de verbonden des Heren bevat die Hij met het huis Israëls heeft gesloten; en tevens bevat het vele profetieën der heilige profeten; en het is een kroniek zoals de graveersels op de dplaten van koper, behalve dat het er niet zovele zijn; niettemin bevatten zij de verbonden des Heren die Hij met het huis Israëls heeft gesloten; daarom zijn zij van grote waarde voor de andere volken.
c
d
Ez. 37:15–20.
1 Ne. 13:38–41.
  38 En het geschiedde dat ik het overblijfsel van het nageslacht van mijn broeders zag, en ook het aboek van het Lam Gods dat uit de mond van de Jood was voortgekomen, en dat het van de andere volken bnaar het overblijfsel van het nageslacht van mijn broeders uitging.
2 Ne. 29:8.
  8 Waarom mort gij omdat gij méér van mijn woord zult ontvangen? Weet gij niet dat het getuigenis van atwee natiën voor u bgetuigt dat Ik God ben, dat Ik de ene natie evenzeer als de andere gedenk? Daarom spreek Ik tot de ene natie dezelfde woorden als tot de andere. En wanneer de twee cnatiën samengaan, zal ook het getuigenis van de twee natiën samengaan.
2 Ne. 33:10–11.
  10 En nu, mijn geliefde broeders, en ook de Jood, en gij, alle einden der aarde, luistert naar deze woorden en agelooft in Christus; en indien gij niet in deze woorden gelooft, gelooft in Christus. En indien gij in Christus gelooft, zult gij in deze bwoorden geloven, want het zijn de cwoorden van Christus, en Hij heeft ze mij gegeven; en zij dleren alle mensen dat zij goed moeten doen.
e
1 Ne. 15:14.
  14 en te dien dage zal het overblijfsel van ons anageslacht weten dat het van het huis Israëls is en dat het het bverbondsvolk des Heren is; en dan zullen zij weten en tot de ckennis van hun voorvaderen komen, en ook tot de kennis van het evangelie van hun Verlosser, dat door Hem aan hun vaderen werd bediend; aldus zullen zij tot de kennis van hun Verlosser komen en tot de kenmerkende punten van zijn leer, zodat zij zullen weten hoe zij tot Hem kunnen komen en worden gered.
2 Ne. 30:5.
  5 En het evangelie van Jezus Christus zal onder ahen verkondigd worden; aldus zullen zij worden bteruggebracht tot de ckennis van hun vaderen, alsook tot de kennis van Jezus Christus, waarover hun vaderen beschikten.
Mrm. 7:1, 5, 9–10.
  1 En nu, zie, ik wil iets zeggen tot het aoverblijfsel van dit volk dat gespaard is gebleven, indien God hun mijn woorden geeft, zodat zij weet zullen hebben van de aangelegenheden van hun vaderen; ja, ik spreek tot u, overblijfsel van het huis Israëls; en dit zijn de woorden die ik spreek:
f
Mro. 1:4.
  4 Welnu, ik schrijf nog enkele dingen, in tegenstelling tot hetgeen ik had gedacht; want ik had gedacht niets meer te zullen schrijven; doch ik schrijf nog enkele dingen, in de hoop dat zij, volgens de wil des Heren, in de toekomst van waarde zullen zijn voor mijn broeders, de Lamanieten.