Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 29
9
En Ik doe dat om velen te bewijzen dat Ik ben, gisteren, heden en voor eeuwig; en dat Ik mijn woorden spreek naar mijn eigen welbehagen. En omdat Ik één bwoord heb gesproken, behoeft gij niet te veronderstellen dat Ik er niet nog een kan spreken; want mijn werk is nog niet voleindigd; noch zal het dat zijn vóór het einde van het mensdom; evenmin van die tijd af en voor eeuwig.
Voetnoten
|