De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 29
  12 Want zie, Ik zal tot de aJoden spreken en zij zullen het opschrijven; en Ik zal ook tot de Nephieten spreken en zij zullen het bopschrijven; en Ik zal ook spreken tot de andere stammen van het huis Israëls, die Ik heb weggeleid, en zij zullen het opschrijven; en ook zal Ik spreken tot calle natiën der aarde en zij zullen het opschrijven.

Voetnoten
12a
1 Ne. 13:23–29.
  23 En hij zeide: Zie, het komt voort uit de mond van een Jood. En ik, Nephi, zag het; en hij zeide tot mij: Het aboek dat gij ziet, is een bkroniek der cJoden, die de verbonden des Heren bevat die Hij met het huis Israëls heeft gesloten; en tevens bevat het vele profetieën der heilige profeten; en het is een kroniek zoals de graveersels op de dplaten van koper, behalve dat het er niet zovele zijn; niettemin bevatten zij de verbonden des Heren die Hij met het huis Israëls heeft gesloten; daarom zijn zij van grote waarde voor de andere volken.
b
1 Ne. 13:38–42.
  38 En het geschiedde dat ik het overblijfsel van het nageslacht van mijn broeders zag, en ook het aboek van het Lam Gods dat uit de mond van de Jood was voortgekomen, en dat het van de andere volken bnaar het overblijfsel van het nageslacht van mijn broeders uitging.
2 Ne. 26:17.
  17 Want aldus zegt de Here God: Zij zullen de dingen aschrijven die onder hen worden verricht, en zij zullen worden geschreven en verzegeld in een boek, en zij die in ongeloof zijn verkommerd, zullen ze niet hebben, want zij btrachten de dingen Gods te vernietigen.
c
2 Ne. 26:33.
  33 Want geen van deze ongerechtigheden komt van de Heer; want Hij doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij averwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de bheidenen indachtig; en callen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken.