De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 26
  9 Doch de Zoon der gerechtigheid zal aan hen averschijnen; en Hij zal hen bgenezen, en zij zullen cvrede met Hem hebben totdat ddrie geslachten zijn voorbijgegaan, en velen van het evierde geslacht in gerechtigheid zijn voorbijgegaan.

Voetnoten
9a
3 Ne. 11:8–15.
  8 En het geschiedde, toen zij de stem begrepen, dat zij hun blik wederom hemelwaarts wierpen; en zie, zij azagen een Man uit de hemel neerdalen; en Hij was gekleed in een wit gewaad; en Hij daalde neer en stond in hun midden; en de ogen van de gehele menigte waren op Hem gericht, en zij durfden hun mond niet open te doen, zelfs niet tegen elkaar, en wisten niet wat het betekende, want zij dachten dat het een engel was die aan hen was verschenen.
b
3 Ne. 17:7–9.
  7 Hebt gij ook mensen onder u die ziek zijn? Brengt hen hierheen. Hebt gij ook mensen onder u die lam zijn, of blind of kreupel of verminkt of melaats, of die verschrompeld zijn, of die doof zijn, of die op enigerlei wijze lijdende zijn? Brengt hen hierheen en Ik zal hen genezen, want Ik heb medelijden met u; mijn binnenste is vol barmhartigheid.
c
4 Ne. 1:1–4.
  1 EN het geschiedde dat het vierendertigste jaar verstreek, en ook het vijfendertigste, en zie, de discipelen van Jezus hadden in alle omliggende landen een kerk van Christus opgericht. En zovelen als er tot hen kwamen en zich oprecht van hun zonden bekeerden, werden in de naam van Jezus gedoopt; en zij ontvingen ook de Heilige Geest.
d
1 Ne. 12:11–12.
  11 En de engel zeide tot mij: Kijk! En ik keek en zag adrie geslachten in rechtvaardigheid heengaan; en hun klederen waren wit gelijk het Lam Gods. En de engel zeide tot mij: Dezen zijn wit gemaakt in het bloed van het Lam door hun geloof in Hem.
3 Ne. 27:30–32.
  30 En nu, zie, mijn vreugde is groot, ja, zelfs overvloedig, wegens u en ook wegens dit geslacht; ja, en zelfs de Vader verheugt Zich, en tevens alle heilige engelen, wegens u en dit geslacht; want ageen van hen is verloren.
e
Alma 45:10–12.
  10 En dit zijn de woorden: Zie, volgens de geest van openbaring die in mij is, zie ik dat dit volk, de Nephieten, avierhonderd jaar na de tijd dat Jezus Christus Zich aan hen zal openbaren, in bongeloof zal verkommeren.
Hel. 13:9–10.
  9 En er zullen geen avierhonderd jaar verstrijken alvorens Ik hen zal doen slaan; ja, Ik zal hen bezoeken met het zwaard en met hongersnood en met pestilentie.