De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 26
  33 Want geen van deze ongerechtigheden komt van de Heer; want Hij doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij averwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de bheidenen indachtig; en callen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken.

Voetnoten
33a
Hand. 10:9–35, 44–45.
b
Alma 26:37.
  37 Welnu, mijn broeders, wij zien dat God ieder avolk indachtig is, in welk land het zich ook bevindt; ja, Hij telt zijn volk en zijn innerlijke barmhartigheid strekt zich uit over de gehele aarde. Welnu, dat is mijn vreugde en mijn grote dankzegging; ja, en ik zal mijn God voor eeuwig danken. Amen.
c
Rom. 2:11.
1 Ne. 17:35.
  35 Zie, de Heer acht alle avlees gelijk; hij die brechtvaardig is, staat bij God cin de gunst. Maar zie, dit volk had ieder woord Gods verworpen en het was rijp in ongerechtigheid; en de volheid van de verbolgenheid Gods rustte op hen; en de Heer vervloekte het land voor hen en Hij zegende het voor onze vaderen; ja, Hij vervloekte het te hunner vernietiging, en Hij zegende het voor onze vaderen, zodat zij er macht over verkregen.