De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 26
  1 En nadat Christus uit de doden is aopgestaan, zal Hij Zich bvertonen aan u, mijn kinderen, en mijn geliefde broeders; en de woorden die Hij tot u zal spreken, zullen de cwet zijn, die gij zult gehoorzamen.

Voetnoten
1a
3 Ne. 11:1–12.
  1 En nu geschiedde het dat er een grote menigte van het volk van Nephi was bijeenvergaderd rondom de tempel die in het land Overvloed stond; en zij verbaasden zich en uitten hun verwondering aan elkaar en wezen elkaar de agrote en wonderbare verandering aan die had plaatsgevonden.
b
1 Ne. 11:7.
  7 En zie, dit zal u ten ateken worden gegeven: nadat gij de boom hebt gezien die de vrucht droeg die uw vader heeft geproefd, zult gij ook een mens uit de hemel zien neerdalen, en van Hem zult gij ooggetuige zijn; en nadat gij ooggetuige van Hem zijt geweest, zult gij bgetuigen dat het de Zoon Gods is.
1 Ne. 12:6.
  6 En ik zag de hemelen geopend en het aLam Gods uit de hemel neerdalen; en Hij kwam neer en toonde Zich aan hen.
c
3 Ne. 15:2–10.
  2 En het geschiedde, toen Jezus die woorden had gezegd, dat Hij bemerkte hoe sommigen onder hen zich verwonderden en zich afvroegen wat Hij wilde aangaande de awet van Mozes; want zij begrepen het gezegde niet dat oude dingen waren voorbijgegaan, en dat alle dingen nieuw waren geworden.