De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 25
  20 En nu, mijn broeders, ik heb duidelijk gesproken, zodat gij u niet kunt vergissen. En zowaar de Here God leeft, die aIsraël uit het land Egypte leidde en Mozes macht gaf om de natiën te bgenezen toen zij door de giftige slangen waren gebeten — indien zij wilden opblikken naar de cslang die hij voor hun ogen verhief — en hem ook macht gaf om de drots te slaan, zodat er water uit zou komen; ja, zie, ik zeg u dat zowaar als die dingen waar zijn en als de Here God leeft, er geen andere enaam onder de hemel is gegeven waardoor een mens kan worden gered, dan deze Jezus Christus van wie ik heb gesproken.

Voetnoten
20a
Ex. 3:7–10.
1 Ne. 17:24, 31.
  24 Ja, denkt gij dat zij uit de slavernij zouden zijn geleid indien de Heer Mozes niet had geboden hen auit de slavernij te leiden?
1 Ne. 19:10.
  10 En de aGod van onze vaderen, die uit Egypte werden buitgeleid, uit de slavernij, en ook in de wildernis door Hem werden bewaard, ja, de cGod van Abraham en van Isaak, en de God van Jakob, dgeeft Zich, volgens de woorden van de engel, als mens over in de handen van goddelozen om te worden everhoogd, volgens de woorden van fZenock, en te worden ggekruisigd, volgens de woorden van Neüm, en in een hgraf te worden gelegd, volgens de woorden van iZenos die hij sprak met betrekking tot de drie dagen jduisternis, hetgeen een teken van zijn dood zou zijn, gegeven aan hen die de eilanden der zee zouden bewonen, en meer in het bijzonder aan hen die van het khuis Israëls zijn.
b
Joh. 3:14.
1 Ne. 17:41.
  41 En Hij tuchtigde hen in de wildernis met zijn roede, want zij averstokten hun hart, evenals gij; en de Heer tuchtigde hen wegens hun ongerechtigheid. Hij zond vurige vliegende bslangen onder hen; en toen zij waren gebeten, bereidde Hij een middel, zodat zij konden worden cgenezen; en de moeite die zij moesten nemen, was om te kijken; en wegens de deenvoud van het middel, ofwel de gemakkelijkheid ervan, waren er velen die omkwamen.
c
Num. 21:8–9.
Alma 33:19.
  19 Zie, er is over Hem gesproken door aMozes; ja, en zie, er werd in de wildernis een bzinnebeeld copgeheven, opdat eenieder die ernaar keek, zou leven. En velen keken en leefden.
Hel. 8:14–15.
  14 Ja, heeft hij niet getuigd dat de Zoon Gods zou komen? En gelijk hij de koperen slang in de woestijn heeft averhoogd, zo ook zal Hij die komen zal, worden verhoogd.
d
Ex. 17:6.
Num. 20:11.
1 Ne. 17:29.
  29 Ja, en gij weet ook dat Mozes door zijn woord, volgens de macht Gods die in hem was, de rots asloeg, en er kwam water uit, zodat de kinderen Israëls hun dorst konden lessen.
1 Ne. 20:21.
  21 En zij leden geen adorst; Hij leidde hen door de woestijnen; Hij deed de wateren uit de rots vloeien voor hen; ook kliefde Hij de brots en de wateren stroomden eruit.
e
Hosea 13:4.
Hand. 4:10–12.
Mos. 5:8.
  8 En onder dit hoofd zijt gij avrijgemaakt, en er is bgeen ander hoofd waaronder gij kunt worden vrijgemaakt. Er is geen andere cnaam gegeven waardoor redding komt; daarom wil ik dat gij de naam van Christus op u dneemt, gij allen die met God het verbond hebt aangegaan dat gij tot het einde van uw leven gehoorzaam zult zijn.
Moz. 6:52.
  52 En Hij zeide ook tot hem: Indien gij u tot Mij wilt keren en naar mijn stem luisteren en geloven en u bekeren van al uw overtredingen en u laten adopen, ja, in water, in de naam van mijn eniggeboren Zoon, die vol bgenade en waarheid is, die cJezus Christus is, de enige dnaam die onder de hemel zal worden gegeven waardoor het eheil tot de mensenkinderen zal komen, zult gij de gave van de Heilige Geest ontvangen, alle dingen vragende in zijn naam, en wat gij ook vraagt, het zal u gegeven worden.