De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 25
  13 Zie, zij zullen Hem akruisigen; en nadat Hij bdrie dagen lang in een cgraf heeft gelegen, zal Hij uit de doden dopstaan, met genezing onder zijn vleugels; en allen die in zijn naam geloven, zullen behouden worden in het koninkrijk Gods. Daarom is het mijn ziel een lust over Hem te profeteren, want ik heb zijn dag egezien en mijn hart maakt zijn heilige naam groot.

Voetnoten
13a
Luc. 23:33.
b
Luc. 24:6–7.
Mos. 3:10.
  10 En op de aderde dag zal Hij bopstaan uit de doden; en zie, Hij staat om de wereld te crichten; en zie, al deze dingen geschieden opdat er een rechtvaardig oordeel over de mensenkinderen kan komen.
c
Joh. 19:41–42.
1 Ne. 19:10.
  10 En de aGod van onze vaderen, die uit Egypte werden buitgeleid, uit de slavernij, en ook in de wildernis door Hem werden bewaard, ja, de cGod van Abraham en van Isaak, en de God van Jakob, dgeeft Zich, volgens de woorden van de engel, als mens over in de handen van goddelozen om te worden everhoogd, volgens de woorden van fZenock, en te worden ggekruisigd, volgens de woorden van Neüm, en in een hgraf te worden gelegd, volgens de woorden van iZenos die hij sprak met betrekking tot de drie dagen jduisternis, hetgeen een teken van zijn dood zou zijn, gegeven aan hen die de eilanden der zee zouden bewonen, en meer in het bijzonder aan hen die van het khuis Israëls zijn.
d
e
1 Ne. 11:13–34.
  13 En het geschiedde dat ik keek en de grote stad Jeruzalem zag, en ook andere steden. En ik zag de stad Nazaret; en in de stad aNazaret zag ik een bmaagd, en zij was buitengewoon lieftallig en blank.