De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 25
  10 Daarom is hun de vernietiging aangezegd die hen zou treffen onmiddellijk na het vertrek van mijn vader uit Jeruzalem; niettemin verstokten zij hun hart; en volgens mijn profetie zijn zij avernietigd, behalve diegenen die bgevankelijk naar Babylon zijn weggevoerd.

Voetnoten
10a
1 Ne. 7:13.
  13 En indien wij Hem getrouw zijn, zullen wij het aland van belofte verkrijgen; en gij zult te zijner tijd weten dat het woord des Heren aangaande de bverwoesting van Jeruzalem zal worden vervuld; want alles wat de Heer aangaande de verwoesting van Jeruzalem heeft gesproken, moet worden vervuld.
2 Ne. 6:8.
  8 En nu wil ik, Jakob, het een en ander over deze woorden zeggen. Want zie, de Heer heeft mij getoond dat zij die in aJeruzalem waren, waar wij vandaan zijn gekomen, zijn gedood of bgevankelijk weggevoerd.
Omni 1:15.
  15 Zie, het geschiedde dat Mosiah ontdekte dat het avolk van Zarahemla uit Jeruzalem was gekomen in de tijd dat bSedekia, de koning van Juda, gevankelijk naar Babylon was weggevoerd.
Hel. 8:20–21.
  20 En zie, ook aZenock, en ook Ezias, en ook bJesaja, en cJeremia (dezelfde profeet die van de verwoesting van dJeruzalem heeft getuigd); en nu weten wij dat Jeruzalem volgens de woorden van Jeremia werd verwoest. O, waarom zou dan de Zoon Gods niet volgens zijn profetie komen?
b
2 Kon. 24:14.
Jer. 52:3–16.