De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 2
  18 En omdat hij uit de hemel was gevallen en voor eeuwig ellendig was geworden, azocht hij ook de ellende van het gehele mensdom. Daarom zeide hij tot bEva — ja, die oude slang, die de duivel is, die de vader is van alle cleugen — daarom zeide hij: Neem van de verboden vrucht en gij zult niet sterven, maar gij zult als God zijn, dkennende goed en kwaad.

Voetnoten
18a
2 Ne. 28:19–23.
  19 Want het koninkrijk van de duivel moet asidderen, en zij die ertoe behoren, moeten wel tot bekering worden bewogen, anders zal de bduivel hen met zijn eeuwigdurende cketenen grijpen, en worden zij tot toorn opgehitst, en gaan verloren;
3 Ne. 18:18.
  18 Zie, voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij moet altijd waken en bidden, opdat gij niet in verzoeking valt; want aSatan begeert u te bezitten om u als tarwe te ziften.
LV 10:22–27.
  22 aSatan hitst hen op, opdat hij hun ziel tot vernietiging zal kunnen bvoeren.
b
c
2 Ne. 28:8.
  8 En er zullen ook velen zijn die zeggen: Eet, drinkt, en weest vrolijk; vreest nochtans God — Hij zal het bedrijven van een kleine zonde wel arechtvaardigen; ja, bliegt wat, maakt van iemand misbruik wegens zijn woorden, graaft een ckuil voor uw naaste; daarin steekt geen kwaad; en doet al die dingen, want morgen sterven wij; en mochten wij toch schuldig zijn, dan zal God ons met enkele striemen slaan, en ten slotte zullen wij het heil verkrijgen in het koninkrijk Gods.
Moz. 4:4.
  4 en hij werd Satan, ja, namelijk de duivel, de vader van alle aleugen, om de mensen te misleiden en te verblinden en om hen gevankelijk weg te voeren naar zijn wil, ja, allen die weigerden naar mijn stem te luisteren.
d
Gen. 3:5.
Alma 29:5.
  5 Ja, en ik weet dat het goede en het kwade aan alle mensen is voorgelegd; hij die geen goed van kwaad kan onderscheiden, is schuldeloos; maar aan hem die goed en kwaad akent, wordt naar zijn verlangens gegeven, of hij nu goed verlangt of kwaad, leven of dood, vreugde of bgewetenswroeging.
Mro. 7:15–19.
  15 Want zie, mijn broeders, het is u gegeven te aoordelen, zodat gij goed van kwaad kunt onderscheiden; en opdat gij het met volmaakte kennis zult weten, is de wijze van oordelen even duidelijk als het verschil tussen het daglicht en de donkere nacht.