De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 10
  8 En het zal geschieden dat zij vanuit hun langdurige verstrooiing worden abijeenvergaderd uit de beilanden der zee en uit de vier delen der aarde; en de natiën van de andere volken zullen groot zijn in mijn ogen, zegt God, doordat zij hen cnaar hun erflanden brengen.

Voetnoten
8a
b
1 Ne. 22:4.
  4 En zie, velen zijn er van wie zij die in Jeruzalem zijn, het bestaan reeds niet meer weten. Ja, het merendeel van alle astammen is bweggevoerd; en zij zijn her- en derwaarts verstrooid over de ceilanden der zee; en niemand van ons weet waar zij zijn; wij weten alleen dat zij zijn weggevoerd.
2 Ne. 10:20–22.
  20 En nu, mijn geliefde broeders, aangezien onze barmhartige God ons zulk een grote kennis omtrent deze dingen heeft geschonken, laten wij Hem indachtig zijn en onze zonden verzaken en het hoofd niet laten hangen, want wij zijn niet verworpen; weliswaar zijn wij uit ons erfland averdreven, maar wij zijn naar een bbeter land geleid, want de Heer heeft de zee tot ons cpad gemaakt, en wij bevinden ons op een deiland der zee.
LV 133:8.
  8 aZend de ouderlingen van mijn kerk uit naar de volken die ver weg zijn; naar de beilanden der zee; zend uit naar vreemde landen; roep tot alle volken, eerst tot de candere volken en dan tot de dJoden.
c
1 Ne. 22:8.
  8 En nadat ons nageslacht is verstrooid, zal de Here God ertoe overgaan een awonderbaar werk onder de bandere volken te verrichten, dat voor ons nageslacht van grote cwaarde zal zijn; daarom wordt erover gesproken alsof zij door de andere volken worden gevoed en in hun armen en op hun schouders worden gedragen.