De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 1
  4 Want zie, zeide hij, ik heb een avisioen gezien waardoor ik weet dat bJeruzalem is verwoest; en indien wij in Jeruzalem waren gebleven, zouden ook wij zijn comgekomen.

Voetnoten
4a
b
2 Kon. 24:14–15.
Jer. 44:2.
1 Ne. 1:4.
  4 Want het geschiedde in het begin van het aeerste jaar der regering van bSedekia, koning van Juda (mijn vader Lehi had al zijn dagen in cJeruzalem gewoond); en in datzelfde jaar verschenen er vele dprofeten die tot het volk profeteerden dat het zich moest bekeren, daar anders de grote stad eJeruzalem moest worden verwoest.
Hel. 8:20.
  20 En zie, ook aZenock, en ook Ezias, en ook bJesaja, en cJeremia (dezelfde profeet die van de verwoesting van dJeruzalem heeft getuigd); en nu weten wij dat Jeruzalem volgens de woorden van Jeremia werd verwoest. O, waarom zou dan de Zoon Gods niet volgens zijn profetie komen?
c
Alma 9:22.
  22 ja, en na door God uit het land Jeruzalem te zijn abevrijd, door de hand des Heren; te zijn gered van hongersnood en van ziekte en van allerlei kwalen van iedere soort; en na in de strijd sterk te zijn geworden, zodat zij niet zouden worden vernietigd; na keer op keer uit bknechtschap te zijn gevoerd, en tot op dit moment te zijn behouden en bewaard; en zij zijn voorspoedig gemaakt totdat zij in allerlei opzichten rijk zijn geworden —