De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Het Tweede Boek Nephi
HOOFDSTUK 1
  20 En Hij heeft gezegd: aVoor zoverre gij mijn bgeboden onderhoudt, zult gij cvoorspoedig zijn in het land; maar voor zoverre gij mijn geboden niet onderhoudt, zult gij van mijn tegenwoordigheid worden afgesneden.

Voetnoten
20a
Jarom 1:9.
  9 En daar wij aldus gereed waren om de Lamanieten tegemoet te trekken, konden zij niets tegen ons uitrichten. Maar het woord des Heren, dat Hij tot onze vaderen had gesproken, zeggende: Voor zoverre gij mijn geboden onderhoudt, zult gij voorspoedig zijn in het land, werd bewaarheid.
Mos. 1:6–7.
  6 O mijn zonen, ik wil dat gij bedenkt dat deze woorden waar zijn, en ook dat deze kronieken awaar zijn. En zie, ook de platen van Nephi, die de kronieken en de woorden van onze vaderen bevatten vanaf het tijdstip waarop zij Jeruzalem verlieten tot op heden, en ze zijn waar; en wij kunnen ervan verzekerd zijn omdat we ze voor onze ogen hebben.
Alma 9:13–14.
  13 Zie, herinnert gij u niet de woorden die Hij gesproken heeft tot Lehi, zeggende: aVoor zoverre gij mijn geboden onderhoudt, zult gij voorspoedig zijn in het land? En voorts is er gezegd: Voor zoverre gij mijn geboden niet onderhoudt, zult gij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden.
b
Lev. 26:3–14.
Joël 2:23–26.
c
Ps. 67:6.
Mos. 2:21–25.
  21 ik zeg u dat indien gij Hem zoudt dienen die u vanaf het begin heeft geschapen, en u van dag tot dag bewaart door u adem te verlenen om te kunnen leven en bewegen en handelen naar eigen abelieven, en u zelfs van het ene moment op het andere onderhoudt — ik zeg u, zelfs indien gij Hem met uw gehele ziel zoudt dienen, dan nog zoudt gij bonnutte dienstknechten zijn.