De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 8
  35 En aLaman en Lemuël namen niet van de vrucht, zeide mijn vader.

Voetnoten
35a
1 Ne. 8:17–18.
  17 En het geschiedde dat ik verlangde dat ook Laman en Lemuël zouden komen en van de vrucht nemen; daarom richtte ik mijn blik naar de bron van de rivier in de hoop hen te zien.
2 Ne. 5:19–24.
  19 En zie, de woorden des Heren die Hij aangaande mijn broeders had gesproken, dat ik hun aheerser en hun bleraar zou zijn, waren aan hen vervuld. Welnu, ik was, volgens de geboden des Heren, hun heerser en hun leraar geweest, tot de tijd dat zij mij naar het leven hadden gestaan.