De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 8
  20 En ik zag ook een aeng en smal pad dat langs de roede van ijzer liep tot aan de boom waar ik bij stond; en het voerde ook langs de bron van de rivier naar een grote en uitgestrekte bvlakte, die als het ware een wereld was.

Voetnoten
20a
Matt. 7:14.
2 Ne. 31:17–20.
  17 Daarom, doet de dingen waarvan ik, zoals ik u heb gezegd, heb gezien dat uw Heer en uw Verlosser ze zal doen; want hiertoe zijn ze mij getoond: dat gij de poort zult kennen waardoor gij moet binnengaan. Want de poort waardoor gij moet binnengaan, is bekering en adoop met water; en dan komt de bvergeving van uw zonden door vuur en door de Heilige Geest.
b
Matt. 13:38.