HET EERSTE BOEK NEPHI ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 8
12
En toen ik van de vrucht daarvan nam, vervulde zij mijn ziel met een buitengewoon grote avreugde; daarom begon ik ernaar te bverlangen dat mijn gezin er ook van zou nemen; want ik wist dat ze alle andere vruchten begerenswaardig was.
Voetnoten
|