HET EERSTE BOEK NEPHI ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 7
19
En het geschiedde dat zij wederom vertoornd op mij waren en aanstalten maakten mij vast te grijpen; maar zie, een van de van Ismaël, ja, en ook haar moeder, en een van de zoons van Ismaël, pleitten bij mijn broeders, zodat zij hun hart verzachtten; en zij trachtten niet langer mij van het leven te beroven.
Voetnoten
|