HET EERSTE BOEK NEPHI ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 4
34
En ook sprak ik tot hem, zeggende: Stellig heeft de Heer ons dit te doen; en moeten wij niet nauwgezet zijn in het onderhouden van de geboden des Heren? Welnu, indien gij bereid zijt in de wildernis af te dalen naar mijn vader, zult gij bij ons een woonplaats hebben.
Voetnoten
|