De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 22
  9 En het zal ook van awaarde zijn voor de andere volken; en niet alleen voor de andere volken, maar voor bhet gehele chuis Israëls, wegens het bekendmaken van de dverbonden van de Vader des hemels met Abraham, zeggende: In uw enageslacht zullen alle geslachten der aarde worden fgezegend.

Voetnoten
9a
1 Ne. 14:1–5.
  1 En het zal geschieden dat indien de aandere volken naar het Lam Gods luisteren ten dage dat Hij Zich metterdaad aan hen zal openbaren in woord, en ook in bmacht, teneinde hun cstruikelblokken weg te nemen —
b
2 Ne. 30:1–7.
  1 En nu, zie, mijn geliefde broeders, ik wil tot u spreken; want ik, Nephi, sta niet toe dat gij u rechtvaardiger acht dan de andere volken zullen zijn. Want zie, tenzij gij de geboden Gods onderhoudt, zult gij allen evenzo verloren gaan; en wegens de woorden die zijn gesproken, behoeft gij niet te veronderstellen dat de andere volken volkomen worden vernietigd.
c
2 Ne. 29:13–14.
  13 En het zal geschieden dat de aJoden de woorden der Nephieten zullen hebben, en de Nephieten zullen de woorden der Joden hebben; en de Nephieten en de Joden zullen de woorden van de bverloren stammen van Israël hebben; en de verloren stammen van Israël zullen de woorden der Nephieten en der Joden hebben.
d
Deut. 4:31.
e
f
Gen. 12:2–3.
3 Ne. 20:27.
  27 en dan, nadat gij gezegend zijt, doet de Vader het verbond gestand dat Hij met Abraham heeft gesloten, zeggende: aIn uw nageslacht zullen alle geslachten der aarde worden gezegend — met de uitstorting van de Heilige Geest door Mij op de andere volken, welke zegen op de bandere volken hen boven allen machtig zal maken, ter verstrooiing van mijn volk, o huis Israëls.
Abr. 2:9–11.
  9 En Ik zal van u een grote natie maken en Ik zal u bovenmatig azegenen en uw naam grootmaken onder alle natiën en gij zult een zegen zijn voor uw nakomelingen na u, zodat zij deze bediening en dit bpriesterschap in hun handen naar alle natiën zullen brengen;