De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 19
  6 Niettemin schrijf ik niets op platen, tenzij ik denk dat het aheilig is. En nu, indien ik dwaal, zo hebben ook zij van weleer gedwaald; niet dat ik mij wegens anderen wil verontschuldigen, maar ik wil mij verontschuldigen wegens de bzwakheid die naar het vlees in mij is.

Voetnoten
6a
Zie het titelblad van het Boek van Mormon.
b
Mrm. 8:13–17.
  13 Zie, ik houd op met spreken over dit volk. Ik ben de zoon van Mormon, en mijn vader was een aafstammeling van Nephi.
Ether 12:23–28.
  23 En ik zeide tot Hem: Heer, de andere volken zullen met deze dingen spotten wegens onze azwakheid in het schrijven; want, Heer, Gij hebt ons door geloof machtig gemaakt in het gesproken woord, maar Gij hebt ons niet bmachtig gemaakt in het schrijven; want Gij hebt dit gehele volk zo gemaakt dat zij veel kunnen spreken dankzij de Heilige Geest, die Gij hun hebt gegeven;