De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 19
  24 Daarom sprak ik tot hen, zeggende: Hoort de woorden van de profeet, gij die een overblijfsel zijt van het huis Israëls, een atak die afgebroken is; hoort de woorden van de profeet, die aan het gehele huis Israëls zijn geschreven, en past die op uzelf toe, opdat gij hoop zult hebben, evenals uw broeders van wie gij zijt afgebroken; want om die reden heeft de profeet geschreven.

Voetnoten
24a
Gen. 49:22–26.
1 Ne. 15:12.
  12 Zie, ik zeg u dat het huis Israëls door de Geest des Heren, die in onze vader was, met een olijfboom werd vergeleken; en zie, zijn wij niet van het huis Israëls afgebroken, en zijn wij niet een atak van het huis Israëls?
2 Ne. 3:4–5.
  4 Want zie, gij zijt de vrucht van mijn lendenen; en ik ben een afstammeling van aJozef die bgevankelijk naar Egypte werd gevoerd. En groot waren de verbonden des Heren die Hij met Jozef sloot.